|
Theater Maker - 1-05-2010 Interview door Lonneke Kok
Levende installatie
Het blijft geen begerenswaardige positie, die van vrouwtjesmens. Tenminste als je de vele exposities, choreografieën en toneelstukken moet geloven die nog altijd over de makkes van het vrouwzijn worden gepresenteerd. De strijd om volledig mee te tellen is zo’n beetje wel gestreden, maar het is de vrouw decennia na de eerste emancipatiegolf nog immer niet gelukt van haar rol als lustobject af te komen. Een goede actrice heet dan ‘een lekker mokkel’ en een sterke politica een ‘milf’ (mother I like to fuck) – zoiets hoor je over hun mannelijke collega’s niet snel beweren. Het gevolg (of de oorzaak?) is dat vrouwen enigszins krampachtig laveren tussen het uitleven van hun creatieve of intellectuele talenten en de druk die ze voelen toch vooral mooi, charmant en sexy te blijven. Geen wonder dus dat voorstellingen over die innerlijke gespletenheid in de vrouw steeds terugkomen. De een vindt dat het ware verhaal van de vagina nu eens de wereld in moet, de ander portretteert vrouwelijke iconen in hun gekte én hun kracht; we zagen al Frida Kahlo, Marilyn Monroe, Lady Di, Jeanne d’Arc… Exhibitionistisch en fataal van buiten, eenzaam en fragiel van binnen.
Aan deze serie voegt deze zomer theatermaaksters en vormgeefster Miek Uittenhout (1981) haar zegje toe. Bij De Utrechtse Spelen maakt ze samen met actrice Lotte Verbeek, choreograaf Jens Van Daele, componist Roald van Oosten en lichtontwerper Uri Rapaport de zomerproductie Lollipop. Uittenhout vertrok vanuit haar fascinatie voor ‘beroemde vrouwen met veelbewogen levens’, van de Marie-Antoinettes tot de Britney Spears’ van deze wereld. Maar in wezen kan het personage dat ze tot leven riep élke vrouw zijn, zegt ze. ‘Veel vrouwen hebben constant het gevoel dat ze in een bubbel leven; dat ze geen grip krijgen op het bestaan. Ze nemen een imago aan om zich achter te verschuilen, maar hoe voelt die vrouw zich écht?’ In Lollipop laat ze zo’n vrouw zien en niet zo zuinig. De glazen stolp die Uittenhout om Verbeek heen bouwde waardoor het publiek haar ongegeneerd kan bekijken, sleept ze deze zomer mee naar Terschellings Oerol Festival, het Bossche Festival Boulevard en het Utrechtse Festival a/d Werf. ‘Ik maak die bubbel die je om je heen kunt voelen fysiek.’
Met Uittenhout en Verbeek haalt De Utrechtse Spelen twee sterke jonge vrouwen in huis, die ongetwijfeld kunnen rekenen op de nieuwsgierigheid van het (festival)publiek. Uittenhout won bij haar afstuderen in 2005 aan de HKU de Kunstanjer voor aanstormend talent en heeft zich inmiddels ontpopt tot theatermaakster met een scherp oog voor beeld. Dat blijkt al uit hoe ze te werk gaat: éérst was er de stolp, toen pas de actrice.Die actrice, hoewel Uittenhout haar niet daarom heeft uitgekozen, zal zeker voor een grote publiekstoeloop zorgen. Lotte Verbeek (1982) werd koud een jaar na haar afstuderen aan de Amsterdamse Toneelschool razend bekend door haar rol in de met vier kalveren onderscheiden film Nothing Personal (2009) van Urszula Antoniak, waarvoor ze op de filmfestivals van Locarno én Marrakech werd bekroond met de prijzen voor beste actrice. Ironisch in dit verband is overigens ook haar stijgende populariteit op mokkels.nl – ja, vrouwelijk beroepssucces roept mannelijke begeerte op. De mokkelspotters zullen wel niet snel naar theater gaan. Deden ze dat wel, dan konden ze Verbeek daar pas echt ongestoord beloeren. De hele voorstelling lang zal ze vanuit haar glazen stolp een ‘gevaarlijk gevecht’ leveren, acterend, zingend en dansend. Een gevecht? ‘Ja, want zo’n zelfgecreëerd imago kun je lang volhouden, maar op een gegeven moment raakt de lucht in die stolp op,’ meent Uittenhout.Die zich overigens in superlatieven uitlaat over haar actrice. ‘Ze kan zowel een lief, popperig meisje zijn, als een enorm sterke vrouw met power. Toen ik haar voor het eerst zag was ik meteen verliefd. Het plaatje klopte.’ Het stond als een paal boven water: dít was de vrouw die haar stolp in moest. Aan de choreograaf die erbij werd gehaald, de Vlaams-Nederlandse Jens Van Daele (1972), de taak een bewegingsvocabulaire voor haar te bedenken dat niet kopje onder gaat in het dwingende toneelbeeld. Dat is Van Daele, met zijn heftige, rauwe bewegingstaal, wel toevertrouwd. Al moet hij natuurlijk oppassen dat hij daarmee de stolp niet in scherven laat diggelen.
|
|